De eindvoorstelling is iets waar je als dansstudent het hele jaar naartoe leeft. Het is de afsluiting van je studiejaar. De eindvoorstelling is het moment waarop je het theaterlicht in je ogen voelt schijnen, je door het gebrek aan zonlicht niet meer weet hoe laat het is en waarop je niet danst voor jezelf in de spiegel, maar voor honderden fluwelen stoelen voor, onder en boven je.
Maar hoe zien zulke voorstellingsdagen er nu eigenlijk uit?
Dit jaar bestond de eindvoorstelling uit twee dagen:
Dag 1: De montagedag, om alles voor te bereiden.
Dag 2: De voorstellingsdag, met twee voorstellingen.
In deze blog vertel ik je er alles over. En dan met name de dag vóór de voorstelling.
Aankomst in het theater
De eerste dag begon vroeg en eindigde laat. Wij als vierdejaarsstudenten moesten om 9 uur aanwezig zijn. Dit jaar organiseerden wij namelijk de eindvoorstelling als onderdeel van ons afstuderen. Als eerste aanwezig zijn was daarbij een must.
Omdat ik niet wilde riskeren dat ik door het openbaar vervoer te laat zou komen, ging ik veel te vroeg van huis. Ik was dan ook al om half 9 bij het theater en belde aan bij de artiesteningang.
Daar mocht ik nog niet naar binnen. Ik was veel te vroeg, zeiden ze. Goed punt, want dat was ik ook.
Daarom maakte ik maar van de nood een deugd en liep een rondje over de markt en door het winkelcentrum en trakteerde mezelf op een plakje bananencake.

Om 9 uur mocht ik eindelijk naar binnen en rende ik naar de kleedkamer om een fijn plekje uit te zoeken. Ik kende het theater al en wist meteen welk plekje ik wilde in de kleedkamer. Dat hoekje bij het raam, dacht ik, daar wil ik zitten.
Natuurlijk is je plek in de kleedkamer totaal onbelangrijk, maar dan nog. Je zit er twee dagen, dus je moet je er wel goed voelen. Daarom was het maar goed dat ik zo vroeg was. (Sorry, klasgenoten, als jullie dit lezen)
Ik zette thee in de artiestenfoyer (dat rijmt), at mijn bananencake, wachtend tot mijn hele klas aanwezig was (dat rijmt ook).
De voorbereidingen
Toen iedereen goed en wel geïnstalleerd was, was het tijd om alle voorbereidingen te treffen. We maakten de kleedkamerindeling; welke klas in welke kleedkamer ging, en hingen planningen aan de muren. We brachten rekken met kostuums naar de kleedkamers en we spraken met de technici van het theater over wat nodig was en waar we nog bij konden helpen.
Toen al die algemene zaken klaar waren, was het tijd voor het haar en de make-up. Om 12 uur zou onze eerste lichtrepetitie beginnen (een repetitie waarbij de choreograaf met de lichttechnicus kijkt of alle lichtstanden kloppen en waarbij wij als dansers het stuk dansen om te wennen aan het licht en de plaatsen op het toneel) en dan moesten we er al helemaal piekfijn uitzien.
Ik haalde dus mijn haarlak, gel en make-up tevoorschijn en ging aan de slag met de metamorfose.

De lichtrepetities
Onze lichtrepetities van de eerste akte gingen van start. Dat vind ik altijd een leuk moment. Dan zie je plots hoe de choreografie die je al maanden in de dansstudio repeteert, nog meer tot leven komt. Je ziet de lichten, hoort de muziek door het theater schallen en ruikt het kostuum (kostuums kunnen vaak slecht gewassen worden, maar dat ruikt het publiek toch niet).
Het is plotseling écht!
Toch wilde ik tijdens deze repetities nog niet 200% energie geven. Enerzijds omdat ons nog twee lange dagen te wachten stonden en anderzijds omdat de blessure die ik drie weken geleden opliep, nog steeds sluimerde.
Natuurlijk gaf ik wel voldoende energie om goed voorbereid de voorstelling in te gaan, maar lette ik er wel op dat ik niet al mijn kruid al verschoot.
Dat is altijd een fijne, moeilijk in te schatten, lijn. Eigenlijk vind ik het vinden van die balans, het moeilijkste aspect van dans.
Tussentijd / de beste tijd
Na de lichtrepetities hadden we wat tijd voor onszelf, want de doorloop begon pas om 4 uur.
Daarom deed ik dat wat ik eigenlijk het allerleukst vind op een dag als deze: Ik ging in de zaal zitten om naar de lichtrepetities van andere klassen te kijken.
Dat vind ik iets geweldigs. Het heeft iets rustgevends om in je joggingbroek en je sokken in een leeg theater te zitten en te kijken naar hoe een repetitie zich op het toneel voltrekt.
De tijd vliegt dan werkelijk voorbij.
Je komt in een soort bubbel die past ‘plop’ opengaat wanneer het tijd is om weer in actie te komen.
De doorloop
De bubbel plopte open toen het tijd was voor de doorloop van de eerste akte. Een doorloop is een soort ‘oefenvoorstelling’, waarbij je de voorstelling of een deel ervan doet alsof het al de echte voorstelling is. Dat doe je om problemen in lichtstanden, overgangen of muziek op tijd op te lossen en alles al een keer gedaan te hebben voordat je gaat optreden voor publiek. Dan weet je wat je kan verwachten, waar je op moet letten en hoe je je energie moet verdelen om de hele voorstelling optimaal door te komen. Zo’n doorloop voelt voor mij altijd als een soort extra voorstelling. Dan maakt het me niet uit dat er geen publiek is. Wat ik doe is immers hetzelfde. Ik dans op muziek, in kostuum, met theaterlichten. Ik zie een doorloop vaak als een bonusoptreden.

Repeteren, repeteren, repeteren…
Na de doorloop van de eerste akte, was het tijd voor de lichtrepetities van de tweede akte en zoals dat eigenlijk altijd gaat, liepen die uit. Ik moest wachten tot het einde van de avond, aangezien het stuk waarin ik danste, als laatste op de planning stond.
Ik vond dat niet heel erg, aangezien ik me daardoor weer bezig kon houden met mijn favoriete bezigheid: In de zaal zitten en kijken.
Echter kon ik nu niet meer enkel kijken, want er moesten toi toi toi’s geschreven worden. Toi toi toi’s zijn een soort cadeautjes die je in het theater aan elkaar geeft voor een eerste voorstelling, om elkaar geluk te wensen.
Dit jaar had ik het briljante idee om een heel verhaal te schrijven als toi toi toi. Een soort sprookje, voor al mijn klasgenoten. Dat briljante idee was in de eerste plaats dus briljant, maar ook enorm tijdrovend. Zo kwam het, dat ik tijdens het wachten op mijn repetitie nog uren aan het verhaal zat te werken, om het op tijd af te hebben voor de volgende dag. Ik typte en typte, en mijn ogen werden steeds zwaarder. Toch vond ik het, hoe moe ik ook begon te worden, een perfecte bezigheid. Ik combineerde immers mijn twee favoriete dingen ter wereld:
1. In het theater zijn
2. Schrijven
Dat de avond zo uitliep en ik pas om 10 uur ’s avonds de artiesteningang verliet, 13 uur later dan ik er naar binnen was gegaan, vond ik dan ook niet erg.
Moe was ik wel. En hoe! Daarom dook ik toen ik thuiskwam meteen mijn bed in. De eindvoorstelling moest nog beginnen. Morgen was de dag…
Geef een reactie