De Kunst van het Ontwerpen is een ontwerpprijs voor kunst-educatieve ontwerpen die zijn gemaakt door studenten die in hun laatste jaar van hun kunstopleiding zitten of net zijn afgestudeerd. Ik deed mee met mijn boek Ela Stiekje; Dans in elke vorm en werd genomineerd!

Ieder jaar wordt deze ontwerpwedstrijd gehouden voor ontwerpen die inzetbaar zijn binnen het kunstonderwijs. Een jury kiest uit al die aanmeldingen de ontwerpen die in aanmerking komen voor een geldprijs die kan worden ingezet om het ontwerp door te ontwikkelen. De ontwerpen kunnen verschillende kunstdisciplines omvatten; muziek, beeldende kunst, mode, en dus ook dans. Toch wordt dans niet vaak belicht bij deze ontwerpprijs en daarom dacht ik: daar moet verandering in worden gebracht!
Ik meldde me aan.
Voor mijn afstudeeronderzoek schreef ik een kinderboek voor in de dansles: Ela Stiekje; Dans in elke vorm. Het is een prentenboek op rijm dat ik zelf heb getekend en geïllustreerd en dat ik zelf heb voorzien van 6 volledig uitgeschreven dansimprovisatielessen voor kleuters op basisscholen. Mijn doel van het boek was om kleuterleerkrachten iets te geven waarmee zij zelf een dansles kunnen verzorgen; dit omdat dans, naar mij mening VEEL te weinig op scholen wordt aangeboden, terwijl het juist ZO belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen.
(De hoofdletters zijn om te benadrukken hoe BELANGRIJK ik dit vind)
En nee, ik zal jullie in deze blog niet alle theoretische onderbouwingen voorschotelen, maar die heb ik zeker.
Meer dan een jaar lang heb ik gewerkt aan het boek. Ik begon met een literatuurstudie, waarbij ik boeken, artikelen en theorieën las en die verwerkte in een schriftelijk onderzoek. Daarna deed ik een praktijkonderzoek. Ik bezocht basisscholen, interviewde een kleuterjuf en een kinderboekenschrijfster. Ik leende armen vol prentenboeken bij de bibliotheek om mij in het genre te verdiepen en ik testte dansopdrachten bij de doelgroep, waarbij ik hen om reacties vroeg.
Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit boek mij bloed, zweet en tranen heeft gekost. Ik denk echt dat, als ik morgen een grijze haar op mijn hoofd vind, dat komt door het proces dat aan deze nominatie vooraf is gegaan.
Maar dat was het waard. Ik ben geen type dat tatoeages neemt, maar als ik wel zo’n type was, zou ik een tekening van Ela Stiekje, het hoofdpersonage uit het boek, op mijn arm tatoeëren. Zo trots ben ik.
Deze zomervakantie plakte ik nog eens twee weken aan werk aan het geheel door mij aan te melden voor ‘De Kunst van het Ontwerpen’.
Ik schreef onderbouwingen voor waarom juist mijn ontwerp moest winnen en ik maakte een video waarin ik mijn boek presenteerde en vertelde wat mijn visie achter het ontwerp was. Ik stak veel aandacht en liefde in mijn aanmelding en kreeg daarbij goede hulp van mijn onderzoeksbegeleider en docent Iris, die mijn aanbevelingsbrief schreef, want ook die moest ik meesturen.
Dus, na nog meer zweet diende ik mijn ontwerp in, waarna het wachten begon.
En toen kreeg ik de mail.
‘Jouw ontwerp is genomineerd voor “De Kunst van het Ontwerpen” 2026!’ stond er.
Genomineerd?
Ik?
Wat?
AAAH!
Op 25 september mag ik voor de jury komen en 5 minuten pitchen waarom juist mijn ontwerp de geldprijs moet winnen. Er kan zelfs door het publiek op mij gestemd worden om de publieksprijs te winnen.
Maar, hoe leuk en fijn dat ook zou zijn, de nominatie is op zich al een groot compliment.
Dat ik de kunstvorm ‘dans’ in de (letterlijke) spotlights mag zetten, vind ik een eer. Dat ik uit alle inzendingen gekozen ben, is iets dat ik alleen maar kan waarderen.
Het is ook een kers op de taart van mijn werk, dat ik overigens niet alleen heb gedaan. Ik heb veel onmisbare hulp gehad bij dit proces, in het bijzonder van de kinderen die ik afgelopen jaar heb lesgegeven. Voor hen schreef ik het boek.
Van hen kreeg ik mijn inspiratie.
Nu zijn zij mijn motivatie.
Nu is het toewerken naar 25 september. Ik zal mijn pitch houden op Fontys Hogeschool voor de Kunsten, samen met de andere genomineerden. Ik zal dus nog maar wat extra zweet aan dit proces toevoegen en mijn pitch gaan voorbereiden. Hopelijk blijft het bij zweet en komen er geen bloed en geen tranen meer aan te pas.
Tenzij het tranen van geluk zijn, waartoe ik best in staat zou zijn, ondertussen.
Geef een reactie